Voor de berekening van de warmteverliezen via vloeren op volle grond is een speciale berekenings-norm van toepassing: NBN EN ISO 13667 (die in vereenvoudigde vorm wordt overgenomen in de EPB-regelgeving).
Daarbij is, naast natuurlijk de dikte van de isolatie, ook de vorm van de vloerplaat van belang. Hoe kleiner de omtrek bij een bepaalde oppervlakte, hoe gunstiger de isolatiewaarde (bij een gelijke vloeropbouw). Vooral bij grotere gebouwen en bij gebouwen met weinig vrije scheidingsmuren (bijvoorbeeld rijwoningen) heeft dit een aanzienlijk gunstig effect.
STAP 1 : bereken de vormfactor van uw woning

| Rijwoning | Half-open bebouwing | Vrijstaande woning |
![]() | ![]() | ![]() |
| 7m + 4m + 2,5m + 3m = 16,5m | 7m + 10m + 4m + 2,5m + 3m = 26,5m | 7m + 10m + 4m + 2,5m + 3m + 12,5m = 39 m |
| Rijwoning | Half-open bebouwing | Vrijstaande woning |
| 16,5m / 77,5m² | 26,5m / 77,5m² | 39m / 77,5m² |
| = 0,213 m-1 | = 0,342 m-1 | = 0,503 m-1 |
STAP 2 : vraag aan uw architect of EPB-verslaggever te vereiste U-waarde
Ter info:
Bijvoorbeeld :
STAP 3 : welke vloeropbouw moet er voorzien worden ?
Ter info:
Bijvoorbeeld voor U < 0,30 W/m²K :
| Rijwoning | ![]() | 4 cm Styrobet + 3 cm isolatieplaat |
| Half-open bebouwing | ![]() | 4 cm Styrobet + 5 cm isolatieplaat |
| Vrijstaande woning | 4 cm Styrobet + cm isolatieplaat |
